Terwijl de ene helft van het nieuws over psychedelica gaat over doorbraken bij depressie en PTSS, blijft een andere groep mensen vaak buiten beeld: wie na een trip juist slechter uit die ervaring komt. Johns Hopkins University in Baltimore opende onlangs de eerste kliniek ter wereld die zich uitsluitend richt op langdurige klachten na psychedelicagebruik, de Clinic for Post-Psychedelic Difficulties. Dat is nieuws, want tot nu toe was er voor deze groep vrijwel nergens gespecialiseerde hulp te vinden.
Wat er mis kan gaan na een trip
De meeste mensen komen zonder noemenswaardige problemen uit een psychedelische ervaring. Maar een deel houdt klachten over die weken of maanden aanhouden: aanhoudende waarnemingsstoornissen, angst die niet meer wegzakt, of een gevoel van dissociatie dat de trip zelf allang voorbij is. Onderzoekers noemen dit soms Hallucinogen Persisting Perception Disorder, al is de term omstreden en dekt hij niet alle klachten die patiënten melden.
De kliniek van Johns Hopkins behandelt geen mensen die op zoek zijn naar een trip of therapie met psychedelica. Integendeel: het gaat om nazorg voor wie de gevolgen van een eerdere ervaring niet zelf kwijtraakt, of dat nu was tijdens een klinische studie, een begeleide sessie of recreatief gebruik.
Manie als onderschat risico
Een van de minder besproken risico's is het uitlokken van manische episodes, ook bij mensen zonder eerdere diagnose. Psilocybine grijpt aan op deels dezelfde hersengebieden als antidepressiva, en daar zit precies het probleem: diezelfde route die stemming kan verbeteren, kan bij een kwetsbare hersenchemie ook omslaan in overactivatie. Een gepubliceerde casus beschrijft een man met bipolaire II-stoornis die na psilocybinegebruik in een manische episode belandde, zonder dat hij dat risico van tevoren had ingeschat.
Uit onderzoek onder mensen met een zelfgerapporteerde bipolaire stoornis meldde ongeveer een derde negatieve gevolgen na een psilocybinetrip. Manie kwam daarbij het vaakst voor, gevolgd door slaapproblemen, angst en somberheid. Dat is opvallend, want verschillende psychedelica grijpen grotendeels op dezelfde receptoren aan, wat betekent dat dit risico niet beperkt blijft tot paddo's alleen.
Waarom dit nu pas een kliniek krijgt
Dat er nu pas een gespecialiseerde kliniek bestaat, zegt iets over hoe snel het veld is gegroeid. Sinds Tsjechië psilocybinetherapie goedkeurde en de FDA psilocybine op een versnelde goedkeuringsroute zette, is de toegang tot deze middelen in een paar jaar tijd enorm toegenomen. De onderzoeksinfrastructuur voor wat er misgaat, liep daarbij achter op de infrastructuur voor wat er goed gaat. Klinische studies screenen doorgaans streng op contra-indicaties zoals een psychotische stoornis in de familie, maar recreatief gebruik en zelfs sommige retreats doen dat veel minder consequent.
Het contrast met een onderwerp als ibogaine bij veteranen met PTSS is veelzeggend: daar ging het vooral over de belofte van herstel, hier gaat het over wie buiten die belofte valt. Beide verhalen horen bij hetzelfde middel, alleen kijkt de kliniek van Johns Hopkins naar de andere kant van de medaille.
Wie loopt het meeste risico
Onderzoekers wijzen op een paar herkenbare risicofactoren: een familiegeschiedenis van bipolaire stoornis of psychose, gebruik zonder begeleiding of nazorg, en hoge doses zonder opbouw. Dat laatste raakt ook aan een discussie die al langer speelt rond microdosing en de vraag of lagere doses per definitie veiliger zijn. Uit de cijfers van de kliniek blijkt dat lang niet alle klachten aan hoge doses te wijten zijn, maar de context waarin iemand gebruikt lijkt minstens zo belangrijk als de hoeveelheid.
Voor wie overweegt om psychedelica te gebruiken, klinisch of recreatief, is de kernboodschap simpel: een trip is geen geïsoleerde gebeurtenis van een paar uur. Wat er in de dagen en weken erna gebeurt, wordt in de klinische wereld nu pas serieus in kaart gebracht, en dat begint bij erkennen dat er ook een groep is die er niet zomaar weer uitkomt.
Wat dit betekent voor de toekomst van psychedelische zorg
De opening van deze kliniek is waarschijnlijk het begin van een breder patroon. Naarmate meer landen psilocybinetherapie toestaan en meer mensen buiten de streng gescreende studiepopulaties in aanraking komen met deze middelen, groeit ook de vraag naar nazorg. Een recent overzicht van Scientific American beschrijft hoe de eerste patiënten van de kliniek vaak maandenlang hadden gezocht naar iemand die hun klachten serieus nam, voordat ze bij Johns Hopkins terechtkwamen. Die zoektocht zou met een paar gespecialiseerde klinieken meer, aanzienlijk korter kunnen worden.