Als je aan psilocybine-onderzoek denkt, gaat het bijna altijd over depressie of PTSS. Toch loopt er in Groningen een studie die een heel andere doelgroep centraal zet: mensen met een ongeneeslijke lichamelijke ziekte. Het UMCG test of psilocybine de doodsangst en somberheid kan verlichten bij patiënten met COPD, MS, ALS en atypische Parkinson. Geen psychiatrische diagnose dus, maar een lichaam dat het laat afweten en een hoofd dat daar niet goed mee om kan.
Wat de PsyPal-studie precies onderzoekt
De studie heet PsyPal en wordt gecoördineerd door het Universitair Medisch Centrum Groningen. Negentien organisaties uit negen Europese landen doen mee, en de Europese Unie steekt er via een Horizon Europe-subsidie 6,5 miljoen euro in. Dat is fors voor een onderzoek naar één stof, en het laat zien hoe serieus psychedelica inmiddels worden genomen buiten de klassieke ggz om.
Deelnemers krijgen twee behandelsessies van zes tot acht uur, waarbij ze willekeurig psilocybine of een placebo toegediend krijgen onder begeleiding van getrainde therapeuten. Het doel is niet om de onderliggende ziekte te genezen, dat kan psilocybine niet, maar om het psychisch lijden te verminderen dat bij een terminale of chronisch progressieve diagnose hoort. Denk aan doodsangst, existentiële nood en de somberheid die ontstaat als je weet dat je conditie alleen maar achteruit gaat.
Waarom juist deze patiëntengroep
Bij COPD, ALS, MS en atypische Parkinson komen depressie en angst veel voor, en de bestaande behandelingen schieten vaak tekort. Standaard antidepressiva werken traag en zijn bij een beperkte levensverwachting niet altijd de beste optie. Psilocybine-onderzoek bij kankerpatiënten liet eerder al zien dat één of twee begeleide sessies langdurig effect kunnen hebben op doodsangst, soms maanden na de behandeling. Vergelijkbaar onderzoek naar DMT bij depressie laat zien hoe kort een psychedelische ervaring kan duren en toch weken tot maanden effect houden. PsyPal probeert nu te bewijzen dat dit ook werkt bij patiënten die niet ongeneeslijk ziek zijn door kanker, maar door een longziekte of neurologische aandoening.
Een voorzichtige aanpak, geen wondermiddel
Belangrijk om te benadrukken: dit is geen vrijblijvend gebruik van paddo's of truffels. De sessies vinden plaats in een gecontroleerde klinische setting, met voorbereidende gesprekken, begeleiding tijdens de trip en nazorg erna. Dat protocol is essentieel, want zonder goede begeleiding kan een psychedelische ervaring bij kwetsbare, ernstig zieke mensen juist averechts werken. Onderzoekers uit eerdere nazorgstudies rond moeilijke trips waarschuwen precies daarom dat begeleiding niet optioneel is, ook niet in een medische setting.
De eerste behandelingen binnen PsyPal gingen in 2025 van start en het volledige onderzoek loopt vier jaar. Resultaten worden dus niet dit jaar verwacht, maar de opzet is veelbelovend genoeg om nu al aandacht te trekken van andere Europese onderzoeksgroepen.
Hoe dit past in de bredere trend
Europa beweegt duidelijk richting serieuze, gereguleerde toepassing van psychedelica in de zorg. Tsjechië keurde eerder al psilocybine-therapie goed voor therapieresistente depressie, en met PsyPal komt daar nu een heel ander toepassingsgebied bij: palliatieve en chronische somatische zorg. Het verschil met de Amerikaanse aanpak, waar de FDA psilocybine-onderzoek via een versnelde route stuurt, is dat Europa vooralsnog kiest voor kleinschalige, grondig gecontroleerde studies voordat er sprake is van goedkeuring.
Voor Nederland is het extra opvallend dat juist het UMCG de trekker is. Het plaatst Groningen naast plekken als Baltimore en Londen, waar al langer onderzoek loopt naar psilocybine bij existentiële nood. Het is geen kwestie van een paar enthousiaste onderzoekers die een trend volgen, maar van een gecoördineerd internationaal consortium met stevige subsidie.
Wat dit betekent voor mensen die nu al ziek zijn
Voor patiënten met COPD, MS, ALS of atypische Parkinson die nu leven met angst en somberheid, verandert er op korte termijn niets. Deelname staat alleen open voor wie in de studie is opgenomen, en psilocybine blijft in Nederland een lijst I-middel buiten onderzoeksverband. Maar de studie is wel een signaal dat de medische wereld psychedelica steeds minder als randverschijnsel behandelt en steeds meer als een instrument dat, mits goed begeleid, iets kan doen wat andere middelen niet kunnen: iemand tijdelijk uit de tunnel van doodsangst halen. Of dat over vier jaar in harde cijfers wordt bevestigd, moet nog blijken, maar de vraag die het UMCG stelt, doet in elk geval recht aan een patiëntengroep die tot nu toe nauwelijks in het psychedelica-onderzoek voorkwam.