De Nederlandse overheid maakt serieus werk van psychedelica als medicijn. Het ministerie van VWS en subsidieverstrekker ZonMw trekken samen 2,6 miljoen euro uit voor onderzoek naar de therapeutische toepassing van middelen als psilocybine, ketamine en MDMA. Het geld gaat naar een landelijk consortium dat de weg moet vrijmaken voor een officieel geregistreerd geneesmiddel, iets wat in Nederland nog nooit is gelukt.
Waarom dit geld er nu komt
Minister Pia Dijkstra maakte de investering bekend tijdens de presentatie van het eindrapport van de Staatscommissie MDMA, een commissie die eerder al onderzocht of en hoe MDMA veilig ingezet kan worden bij behandeling van PTSS. Het bedrag is verdeeld: VWS legt 1,6 miljoen euro in, ZonMw vult aan met 1 miljoen euro. Daarmee bouwt het ministerie voort op het signalement dat ZonMw in 2023 publiceerde over psychedelica in de zorg, opgesteld onder leiding van hoogleraar Robert Schoevers van het UMCG. Diezelfde onderzoeksgroep onderzoekt op dit moment ook psilocybine bij patiënten met COPD, ALS en MS, dus de connectie met Groningen is geen toeval. Schoevers geldt inmiddels als de belangrijkste pleitbezorger binnen de Nederlandse psychiatrie voor gecontroleerd psychedelica-onderzoek.
De aanleiding is een groep patiënten die met de huidige behandelingen simpelweg niet geholpen wordt. Schoevers schat dat zo'n 200.000 mensen in Nederland een psychiatrische aandoening hebben waar reguliere therapie onvoldoende bij aanslaat. Voor depressie en PTSS die niet reageren op bestaande medicatie, is er al jaren geen echte doorbraak meer geweest. Studies laten zien dat psilocybine, ketamine en MDMA patiënten net dat zetje over de drempel kunnen geven waardoor gesprekstherapie wél aanslaat, mits het gebeurt onder begeleiding van een psychiater.
Wat er met het geld gaat gebeuren
Het is geen geld voor losse studies, maar voor een structuur. In de eerste fase moet er één landelijk consortium komen van expertisecentra in de ggz die samen de kar gaan trekken. Dat consortium krijgt tot zes jaar de tijd om een ontwikkelplan op te stellen, gericht op precies één middel voor precies één indicatie. De keuze voor die smalle scope is bewust: door je te focussen op één combinatie van stof en aandoening, bijvoorbeeld psilocybine bij therapieresistente depressie, vergroot je de kans dat er ook echt een handelsvergunning uitrolt.
Dat is meteen het grote verschil met hoe het er nu vaak aan toegaat. Farmaceutische bedrijven investeren nauwelijks in psychedelica-onderzoek, onder meer omdat de octrooibescherming op natuurlijke stoffen lastig te regelen is. Een paddenstoel of een molecuul dat al decennia bekend is, levert simpelweg geen exclusief verdienmodel op zoals een nieuw ontwikkeld medicijn dat wel doet. ZonMw wil met dit programma, Goed Gebruik Geneesmiddelen genaamd, die leemte opvullen door onderzoek te financieren dat niet alleen wetenschappelijk interessant is, maar ook daadwerkelijk uitmondt in een geregistreerd medicijn. Dat programma financiert normaal gesproken vooral onderzoek naar bestaande, al goedgekeurde medicijnen die anders of beter ingezet kunnen worden, dus de stap naar een compleet nieuwe stofklasse als psychedelica is voor ZonMw zelf ook ongebruikelijk.
Nederland loopt niet voorop, maar haakt aan
Internationaal gebeurt er intussen veel meer. Tsjechië keurde begin dit jaar als eerste EU-land psilocybinetherapie officieel goed voor ernstige depressie, met strikte protocollen rond dosering en begeleiding. In de Verenigde Staten kreeg psilocybine dit voorjaar een versnelde goedkeuringsroute van de FDA, waardoor de beoordelingstermijn van tien maanden terugloopt naar een paar weken. Vergeleken daarmee is de Nederlandse aanpak voorzichtiger: geen versnelde procedures, wel een gestructureerd traject dat op termijn tot een volwaardige registratie moet leiden.
Die voorzichtigheid heeft ook een keerzijde. Het Trimbos-instituut waarschuwt dat de meeste onderzoeken tot nu toe klein van opzet zijn en dat er nog weinig bekend is over langetermijneffecten en bijwerkingen. Er is ook een risico dat mensen met psychische klachten, aangemoedigd door positief nieuws in de media, zelf gaan experimenteren zonder medische begeleiding. Dat maakt een traag maar zorgvuldig traject, zoals nu wordt ingezet, eigenlijk niet zo gek.
Wat dit betekent voor toekomstige patiënten
Snel klaar is het niet. Het consortium krijgt tot zes jaar om alleen al het ontwikkelplan af te ronden, dus een geregistreerd medicijn ligt op zijn vroegst pas ver na 2030 in het verschiet. Voor wie nu al met psilocybine of MDMA experimenteert in de hoop klachten te verlichten, verandert er dus voorlopig niets aan de juridische status: buiten onderzoeksverband blijven deze middelen gewoon illegaal.
Toch is het een signaal dat niet te negeren valt. Voor het eerst zet de Nederlandse overheid structureel geld en een tijdslijn tegenover het idee dat psychedelica ooit een regulier medicijn worden, in plaats van iets wat alleen in het buitenland of ondergronds gebeurt. Voor de 200.000 mensen die nu tussen wal en schip vallen, is dat weinig troost op de korte termijn, maar wel het eerste concrete teken dat er een uitweg wordt gebouwd.
De komende maanden draait het vooral om de vraag welke partijen zich bij het consortium aansluiten en voor welk middel-indicatie-paar er uiteindelijk gekozen wordt. Psilocybine bij therapieresistente depressie geldt binnen de sector als de meest voor de hand liggende kandidaat, simpelweg omdat daar internationaal al het meeste onderzoek naar is gedaan. Wie de ontwikkelingen op de voet wil volgen, kan het beste de aankondiging van ZonMw in de gaten houden: daar wordt de voortgang van het consortium openbaar bijgehouden zodra de eerste fase van start gaat.